Hier kunt u door het beantwoorden van vijftien vragen over de juridische bescherming van merken uw kennis over dit onderwerp testen. De vragen worden gesteld in de vorm van stellingen. U geeft aan of de stelling naar uw mening goed of fout is.
Ieder woord kan in principe worden geregistreerd als merk, ook wanneer het iets zegt over het product of de dienst waarvoor het is bestemd.
Een merk is een onderscheidingsteken waarmee de producten van de merkhouder kunnen worden onderscheiden van die van de concurrentie. Wanneer een merk het product beschrijft, bezit het niet voldoende onderscheidend vermogen. U kunt niet het alleenrecht verwerven op een beschrijvende term; de concurrentie moet beschrijvende of aanprijzende termen vrij kunnen gebruiken voor hun producten
Naast woorden kunt u ook logo's, de vormen van verpakkingen en zelfs slagzinnen en deuntjes als merk registreren.
Het enige criterium is onderscheidend vermogen. Wanneer u uw producten daarmee onderscheidt van die van anderen, kunt u ook de vorm van een fles of een jingle als merk registreren.
Een handelsnaam hoeft niet ook nog als merk te worden geregistreerd, want het verschaft dezelfde bescherming als een Benelux merkregistratie.
Gebruik van een handelsnaam verschaft bescherming tegen verwarring binnen het gebied waar het gebruik plaatsvindt. Een merkregistratie verschaft bescherming in de hele Benelux, onafhankelijk van de vraag of het merk daadwerkelijk in de hele Benelux wordt gebruikt.
Indien iemand een met uw merk overeenstemmend merk in de Benelux wil registreren, kunt u alleen nog maar bij de rechter beroep aantekenen.
Vanaf 1 januari 2004 is in de Benelux ook het oppositiesysteem ingevoerd. Dat wil zeggen dat de houders van oudere merken binnen een bepaalde termijn bij het Benelux Merkenbureau bezwaar kunnen maken tegen registratie van een merk, dat met hun oudere merk verward zou kunnen worden.
Indien een concurrent uw merk eerder heeft gedeponeerd in de Benelux, kunt u hier niets tegen doen, want wie het eerst komt, het eerst maalt.
U kunt hier wel iets tegen doen wanneer u aannemelijk kunt maken dat de concurrent te kwader trouw was. Dat was hij b.v. indien hij op de hoogte was van het eerdere gebruik door u van het merk of had moeten weten dat u het merk reeds gebruikte.
Wanneer uw merk door uw toedoen een soortnaam is geworden voor het product waarvoor het is bestemd, kunt u niet meer optreden tegen gebruik van uw merk door derden.
Er is zelfs een werkwoord ontstaan uit het vroegere merk TECTYL. Wél is een voorwaarde dat de merkhouder zelf valt te verwijten dat een merk een soortnaam is geworden. In het geval van WALKMAN kon Sony wel nog optreden tegen gebruik van dit merk, omdat de 'verwording tot soortnaam' volgens de rechter niet de schuld van Sony zelf was.
Indien uw merk te beschrijvend is om voor registratie in aanmerking te komen, zal dit ook in de toekomst altijd het geval blijven.
Het is mogelijk dat een oorspronkelijk beschrijvend merk, doordat het intensief en langdurig wordt gebruikt, door het publiek als merk herkend gaat worden. Dit proces noemen we inburgering. Inburgering kan ertoe leiden dat de eigenaar het merk kan registreren en kan optreden tegen inbreuk.
Indien u uw merk gedurende meer dan 5 jaar na de registratiedatum niet heeft gebruikt, is de merkregistratie automatisch en voorgoed vervallen.
Weliswaar dient u uw merk binnen 5 jaar te gebruiken, maar indien u dat niet doet, wordt de registratie slechts aantastbaar. Dat wil zeggen dat een derde de doorhaling van uw merk kan bewerkstelligen bij de rechter. U kunt echter het merkrecht herstellen door het merk alsnog te gaan gebruiken, vóórdat er een actie is begonnen om uw merk door te halen.
Op basis van een merkrecht kunt u alleen optreden tegen jongere merken die met uw merk overeenstemmen en voor soortgelijke waren zijn bestemd.
Het is ook mogelijk om tegen een overeenstemmend merk op te treden dat voor ongelijksoortige producten is bestemd. Voorwaarde is dan wel dat uw eigen merk bekend is binnen het Beneluxgebied en dat u door het gebruik van het andere merk schade kunt lijden. Zulke schade kan b.v. bestaan uit afbreuk aan de reputatie van uw merk of ongerechtvaardigd voordeel voor de houder van het andere merk.
BABY-DRY voor luiers kan geen merk zijn omdat de woorden verwijzen naar de doelgroep en de kwaliteit van het product luiers.
Vreemd genoeg oordeelde het Europese Hof van Justitie dat dit merk, ondanks het duidelijk beschrijvende karakter, toch voldoende onderscheidend was, vanwege de ongebruikelijke volgorde van de twee woorden waaruit het merk bestaat.
Indien er op basis van een Griekse nationale registratie met succes oppositie wordt ingediend tegen uw aanvrage van een Gemeenschapmerk (Europese Unie), verwerft u geen registratie van het Gemeenschapsmerk.
Een Gemeenschapsmerk is ondeelbaar en geldt ofwel voor het hele territorium van de Europese Unie of niet. Wél is het mogelijk om bij een geslaagde oppositie de aanvrage om te zetten in nationale aanvragen in de landen van de Europese Unie van waaruit er géén oppositie werd ingediend.
Een aanvrage van een logo van een koe voor het product margarine wordt waarschijnlijk geweigerd door het Benelux Merkenbureau.
Een merk mag niet misleidend zijn en mag op deze basis inderdaad worden geweigerd door het Benelux Merkenbureau. Een beeldmerk van een koe suggereert dat het een product betreft op basis van zuivel en dat is bij plantaardige margarine niet het geval.
Indien u uw merkproduct in Zweden op de markt heeft gebracht, kunt u niet meer optreden op basis van uw merkrecht tegen verkoop door een derde van hetzelfde product in Nederland, ook al is dat voor een lagere prijs dan u zelf voor uw merkproduct vraagt in Nederland.
Dit principe noemt men 'uitputting'. Uitputting van merkrecht is van toepassing op de Europese Unie. Wanneer dezelfde situatie zich zou voordoen in een land buiten de Europese Unie, kunt u in principe wél optreden tegen de derde die uw merkproducten in Nederland zou wederverkopen.
Het Benelux Merkenbureau beschikt tegenwoordig over de bevoegdheid om op basis van een oudere registratie een identieke merkaanvrage te weigeren.
Het Benelux Merkenbureau kan alleen merken weigeren indien ze niet onderscheidend zijn, misleidend zijn of tegen de goede zeden indruisen. Verder wordt een merk doorgehaald na een geslaagde oppositieprocedure. Het Bureau mag een merkaanvrage echter niet weigeren op basis van een ouder merkrecht. Door middel van het ambtelijk onderzoek wordt de aanvrager wél op de hoogte gebracht van eventuele overeenstemmende oudere merken.
Van merkinbreuk is pas sprake indien een derde opzettelijk een met uw oudere merk overeenstemmend teken voor soortgelijke waren gebruikt.
Van opzet of schuld hoeft bij merkinbreuk geen sprake te zijn.
In de tabel hieronder vindt u de beoordeling.